Het oudste nog bestaande hofjesgebouw in Alkmaar is Het Huis Van Zessen.
De geschiedenis ervan gaat terug tot maar liefst 1510.
In dat jaar overleed Dirk Symonsz. van Boschhuysen, die in zijn testament bepaalde, dat uit zijn erfenis een zogeheten provenhuis moest worden gesticht, bestemd om te worden bewoond door een zestal arme oude mannen.
Dirk Symonsz. stamde uit een belangrijke Alkmaarse familie.
Zijn vader was de machtige Claes Corf, jarenlang burgemeester van Alkmaar en bewoner van het Hooge Huys.

Dirck Symonsz overleed ongehuwd, waarna het hofje aan zijn zuster Wendelmoed Claes Corfsdr is gekomen. 
Daarna is het enige malen in  de vrouwelijke lijn vererfd in een aantal adellijke geslachten. 
In 1900 was het in het bezit van Emanuel, Victor en Louis, prinsen van Savoye-Aosta. In dat jaar vond de uitverkoop plaats van de verspreid in West-Europa liggende goederen van het Huis Savoye-Aosta. 
Bij akte van 31 december 1900 werd een stichting in het leven geroepen, die het hofje in eigendom verkreeg, met een aantal landerijen in Noord- en Zuid-Holland. Bij akte van 30 juni 1911 werd de bisschop van Haarlem aangesteld als patronus, die het bestuur benoemt en ontslaat en aan wie het bestuur financieel verantwoordelijk is. 
Deze situatie bestaat nog steeds.

In het najaar van 1513 betrokken de eerste mannen het provenhuis, dat gevestigd werd in een pand aan de Schoutenstraat te Alkmaar.
Het 'Huis Van Zessen', zoals het vanaf de zestiende eeuw gewoonlijk werd genoemd, zag er allerminst uit als een hofje. 
Het was een langgerekt hoog gebouw, met een tuin erachter.

Volgens een beschrijving uit 1711 waren in het huis, dat twee verdiepingen kent, acht kamertjes afgetimmerd, elk met een eigen bedstede.
Links van de ingang was een ruim vertrek, dat dienst deed als woning voor de 'mannenmoeder' en dagverblijf voor de bewoners.

Het hofje is tot nu de 2e Wereldoorlog bewoond geweest door proveniers. 
Mede door de veranderde wetgeving op het gebied van de armenzorg kwam hieraan een einde, waarna het gebouw enige decennia lang bewoond werd door een aantal geestelijken van de St.Dominicuskerk. 
In 1998 werd het gebouw verkocht aan de gemeente Alkmaar.